Wat zijn eenvoudige woorden?

Eenvoudige woorden

Enkele tientallen tekstkenmerken bepalen het taalniveau van een tekst.  Deze kenmerken hebben te maken met de structuur en de opbouw van de tekst. De structuur en opbouw van zinnen in de tekst. En met de woorden die je in een tekst gebruikt.

In teksten op taalniveau B1 gebruiken we hoogfrequente woorden. Dit zijn woorden die in onze taal veel voorkomen. Laagfrequente woorden zijn woorden die in onze taal niet veel voorkomen. Een voorbeeld van een hoogfrequent woord is ‘dokter’. Een voorbeeld van een laagfrequent woord is ‘obstetrist’.

Frequentielijsten

De frequentie van woorden ontlenen we aan zogenaamde frequentielijsten. Frequentielijsten maken we door woorden te tellen in grote hoeveelheden teksten.

Eenvoudige woorden zijn hoogfrequente woorden, woorden die volgens frequentielijsten veel voorkomen in onze taal. Maar er zijn veel verschillende frequentielijsten en die hebben allemaal hun eigenaardigheden. Bijvoorbeeld in frequentielijsten gebaseerd op krantenartikelen is het woord ‘staatssecretaris’ een hoogfrequenter woord dan het woord ‘tandenborstel’.

Onze lijst met eenvoudige woorden hebben we dus niet uitsluitend kunnen baseren op bestaande frequentielijsten. We hebben bestaande frequentielijsten aan nader onderzoek onderworpen. Op basis van dit onderzoek hebben we twee woordenlijsten gemaakt. Een lijst met eenvoudige woorden. Dit zijn woorden die geschikt zijn om te gebruiken in teksten op taalniveau B1. Wil je een tekst schrijven op taalniveau A2? Kies in het zoekscherm dan voor de woordenlijst taalniveau A2.

Hoe kun je onze woordenlijsten gebruiken?

Als je wilt weten of je een woord kunt gebruiken in een tekst op taalniveau B1, kun je dat woord opschrijven in het invoerscherm. Voer je het woord ‘dokter’ in? Dit is een woord dat in de B1-lijst staat. Dat woord kun je dus gebruiken in een tekst op taalniveau B1. Maar voer je het woord ‘obstetrist’ in? Dit is een woord dat niet in de B1-lijst staat. Dan kun je verschillende dingen doen.
  • Je kunt het woord vervangen door een hoogfrequent synoniem.
  • Je kunt het woord uitleggen. Op taalniveau B1 natuurlijk!
  • Of je kunt het woord vermijden. Bijvoorbeeld als het gebruik van het woord niet relevant is voor het doel van je tekst.
Wil je weten of je een woord kunt gebruiken in een tekst op taalniveau A2? Kies in het zoekscherm dan voor de woordenlijst taalniveau A2.

Welk onderzoek hebben we gedaan?

De Nederlandse taal heeft volgens het Instituut voor Nederlandse Lexicologie ongeveer 1 miljoen woorden. Die woorden zou je op volgorde kunnen zetten, van makkelijk naar moeilijk. Wat bedoelen we daarmee? Vooraan in de rij staan zeer hoogfrequente woorden. Woorden die iedereen kent. Achteraan in de rij staan zeer laagfrequente woorden. Er zijn maar weinig mensen die deze woorden kennen. Hoe verder een woord achteraan in de rij staat, hoe kleiner de kans dat iemand het woord kent.

De eerste woorden in de rij zijn woorden die je gebruikt in teksten op taalniveau A1: A1-woorden. Daarna komen de woorden die je gebruikt in teksten op taalniveau A2: A2-woorden. Hierna komen de B1-woorden, de B2-woorden, de C1-woorden en tenslotte de C2-woorden.

taalniveaus a1 a2 b1 b2 1 c2

Met andere woorden, je kunt de woorden verdelen in 6 klassen. De vraag is waar de grenzen zijn tussen de ene en de andere klasse.

Twee dingen zijn daarbij belangrijk:

  1. We mogen de grenzen niet te ruim kiezen. Want hoe ruimer de grens, hoe meer woorden, hoe kleiner de kans dat mensen deze woorden kennen.
  2. We mogen de grenzen niet te krap kiezen. Want schrijvers hebben een zekere keuzevrijheid aan woorden nodig om betekenisvolle teksten te kunnen schrijven.

In ons onderzoek hebben we twee grenzen bepaald: de grens tussen de A2-klasse en de B1-klasse en de grens tussen de B1-klassen en de B2-klasse. Deze grenzen hebben we in een aantal stappen bepaald.

1. Twee lijsten: A2 en B1

Om te beginnen hebben we twee lijsten gemaakt. Een A2-lijst en een B1-lijst. We hebben ons daarbij twee dingen afgevraagd:

  1. Kent iemand met taalniveau A2 dit woord? Of kent iemand met taalniveau B1 dit woord?
  2. Gebruik je dit woord om A2-teksten te schrijven? Of om B1-teksten te schrijven?

We hebben daarbij gebruik gemaakt van onze eigen ervaring met het schrijven van A2- teksten en B1-teksten. En van onze ervaring met de woordenschat van A2-ers en B1-ers. Zo hebben we dus voor het eerst twee grenzen aangegeven tussen klassen. De grens tussen A2 en B1 en de grens tussen B1 en B2.

2. Second opinion

Hebben we de twee grenzen op de goede plaats gezet? Om dat te bepalen hebben we een groep van taalkundigen gevraagd dit te beoordelen. We gaven hen enkele honderden woorden en we vroegen hen deze woorden te classificeren als A2-woord, B1-woord of B2-woord.

Deze groep classificeerde 72% van de woorden in dezelfde klassen als wij. Dit is heel goed.


3. A2- en B1-teksten

In de derde stap hebben we de woordenlijsten vergeleken met A2- en B1-teksten. Uit deze vergelijking bleek dat 84% van de woorden in de teksten in onze lijsten stond. Een heel groot deel van de woorden waarmee je A2-teksten of B1-teksten schrijft, komt dus voor in onze lijsten.


4. A2- en B1-lezers

In de vierde stap hebben we de woordenlijsten voorgelegd aan groepen mensen met taalniveau A2, respectievelijk B1. Het taalniveau van de proefpersonen hebben we vastgesteld met een taaltoets uit de Toolkit Onderwijs en Arbeidsmarkt van Bureau ICE. De proefpersonen hebben we gevraagd of ze wisten wat de woorden betekenden. Hieruit bleek dat 97% van de woorden bekend was.

Met de woorden die we te moeilijk vonden voor taalniveau B1 hebben we nog een woordenlijst gemaakt. In deze lijst staan dus de woorden rechts van de grens tussen B1 en B2. Deze lijst hebben we voorgelegd aan de groep mensen met taalniveau B1. Ook dit keer vroegen we of ze wisten wat de woorden betekenden. Van de woorden uit deze lijst kenden de proefpersonen 51%.

Conclusie

Wat betekenen deze getallen? Met het oordeel van de deskundigen zijn we tevreden. Het zegt ons dat we de grenzen goed hebben aangegeven.

Maar is het ook goed dat 84% van de woorden waarmee je A2- en B1-teksten schrijft, voorkomt in onze lijsten? Beter zou zijn dat 100% van de woorden in onze lijsten voorkomt. Dat kun je bereiken door de lijsten groter te maken: je laat er meer woorden in. In de rangorde waarin alle woorden van makkelijk naar moeilijk staan, schuif je de grenzen een beetje naar rechts.

De vraag is dan hoeveel woorden uit de lijst nog bekend zijn bij lezers. In ons onderzoek is dat nu 97%. Dat is heel veel. Bijna alles. Volgens ons model wordt de kans kleiner dat mensen woorden kennen naarmate de woorden verder naar rechts staan in de rangorde. Als we de B1-lijst groter maken, zal het percentage bekende woorden snel kleiner worden. 

Dat zien we aan het resultaat van de woordenlijst met woorden die te moeilijk zijn voor taalniveau B1. De mensen met taalniveau B1 kende maar 51% van deze woorden.

We hebben daarom besloten de grenzen vast te stellen op de punten die we in de eerste stap van het onderzoek hadden gekozen. De resultaten geven ons geen aanleiding om te zeggen dat de grenzen anders moeten.


Let op!

Als je een tekst wilt schrijven op taalniveau A2 of B1, zijn deze woordenlijsten een nuttig hulpmiddel. Want het is belangrijk zoveel mogelijk woorden uit deze lijsten te gebruiken. Maar bedenk je dat het schrijven van een tekst op taalniveau A2 of B1 om veel meer gaat dan alleen woorden. Je kunt met uitsluitend A2 en B1 woorden heel eenvoudig een tekst maken op taalniveau C1. Namelijk door taal- en zinsconstructies te gebruiken die het taalniveau van een tekst verhogen.

Bekijk deze zin: ‘Nadat de patiënt is gewassen en onderzocht, worden de medicijnen bij het ontbijt ingenomen.’ Deze zin bestaat uitsluitend uit woorden uit de B1-lijst, maar heeft desondanks taalniveau C1. Het is namelijk een lange, ingewikkelde, passieve zin.